Ga naar de hoofdcontent Pijl naar rechts pictogram

Jessica Renfro: mensen samenbrengen door video gaming

Online games hebben een wat negatief imago: gamen zou mensen van elkaar isoleren en écht contact in de weg staan. Maar masterstudente Jessica Renfro bewijst dit denkbeeld achterhaald is. In het laatste studiejaar van de master Performance Practices brengt ze mensen juist dichter bij elkaar door ze een videogame te laten spelen. Hoe werkt dat? En hoe komt het dat ze nu games ontwikkelt, terwijl ze bij ArtEZ begon als operazangeres?

We Called It Earth: een Collective Participatory Game Project van Jessica Renfro.
We Called It Earth: een Collective Participatory Game Project van Jessica Renfro.

“De deelnemers aan de Master Performance Practices komen uit allerlei verschillende hoeken. Er zijn mensen die net hun bacheloropleiding hebben afgerond, maar ook mensen die ervaring hebben in de podiumwereld en die kunst nu op een meer de-disciplined wijze willen benaderen, die makers en scheppers van kunst willen worden. We doen allemaal een eigen onderzoek, en werken toe naar een individueel eindwerk: altijd staat performance als onderzoek centraal. Zelf kom ik uit de opera – al zie je dat misschien niet direct. Ik heb me verder ontwikkeld in de participatieve kunst, mede door corona vooral in de digitale sfeer.

 

Het is belangrijk om na te denken over sociale identiteiten en sociale normen. Tegelijkertijd zijn wij het zelf die beslissen wat we zien als ‘anders’ of ‘hetzelfde’. Soms is het goed om bewust te kiezen voor het vinden van een grotere overeenkomst.

 

Dat is waar videogames ten tonele verschijnen. Jessica studeert af met een ‘collectief participatief game project’, genaamd We Called It Earth. Het is een digitaal platformspel, waarin de wereld die verkend wordt tegelijkertijd wordt gecreëerd. De avatar in het spel is een zwart gat met allerlei verschillende weerbarstige ledematen, die alleen door meerdere spelers tegelijk kan worden bestuurd. Het spel wordt online gespeeld, op een groot scherm: daarop is een dor landschap te zien, waarin de avatar zijn weg moet vinden door nieuwe verhalen te vertellen. In de rommelige, speelse en vaak dodelijke zoektocht om de wonden van een verbrijzelde planeet Aarde te verbinden, schrijft een vormloos en geëmancipeerd collectief het verhaal van een nieuwe wereld. Een verhaal waarin niet individuen, maar onderlinge relaties de boel aan elkaar smeden (bron: voicetellsastory.com).

 

We Called It Earth Preview van Jessica Renfro op Vimeo

Van opera naar game design – vertel eens hoe dat is gebeurd? 

“Toen ik opera zong en muziek maakte, was ik al geïnteresseerd in mensen dichter bij elkaar brengen, in gesprekken op gang brengen. Dat is niet veranderd: en mijn onderzoek dientengevolge ook niet. Ik wilde doorgaan in die lijn, mijn werk op een directe manier relevant maken voor de wereld. Ik was niet bekend met participative art voordat ik naar ArtEZ kwam – ik wist nog niet hoe ik me met mensen wilde engageren. In het Performance Practices programma worden we voortdurend aangemoedigd om nieuwe dingen te proberen, buiten onze ‘eigen’ discipline: buiten het bekende. Ik ben er echt in gedoken, open voor alles wat ik zou kunnen tegenkomen.” 

Wat ze tegenkwam was participatieve kunst. “Er zijn geen richtlijnen voor het maken van participatory art: dat werd het uitgangspunt van mijn onderzoek. Een publiek bereiken, instructies maken die begrijpelijk zijn, en die vrijheid geven waardoor mensen iets specifieks kunnen ervaren. Ik ben nog niet terug bij opera, maar ik zou ooit wel eens willen kijken op welke manieren ik dit soort engagement kan integreren in live performance. Hoe zou een publiek dat ervaren?” 

 

Ik wil de mensen die langskomen in een ervaring plaatsen, ze een andere context geven, zodat ze tegelijkertijd zowel zichzelf als een 'nieuw' persoon kunnen zijn.

 

Wat betekent publiek voor jou? 

Bij mijn onderzoek en games zie ik het publiek als spelers. ‘Publiek’ is een beetje een fout woord in sommige contexten, dus ik gebruik het liever niet te veel. Bij elke vorm van performance speelt er op de achtergrond een set regels over hoe je je dient te gedragen als toeschouwer of deelnemer: het gaat of om verborgen regels, of je ervaart het optreden op een bepaalde manier. Er is sprake van subjectiviteit. Neem bijvoorbeeld een video game: de persoon die het spel speelt, is zichzelf – net zoals in de buitenwereld. Maar tegelijkertijd is diegene ook de persoon met de controller, in interactie met de code – én het personage op het scherm. Eigenlijk is iemand dan drie verschillende mensen tegelijk. Ik zie dat terug in participatieve kunst: ik wil de mensen die langskomen in een ervaring plaatsen, ze een andere context geven, zodat ze tegelijkertijd zowel zichzelf als een 'nieuw' persoon kunnen zijn. Je zou het een simulatie kunnen noemen, ontworpen voor deelnemers.

Waarom wil je mensen laten ervaren om zowel zichzelf als iemand anders te zijn?

Er zit een groter idee achter. Ik wil mensen samenbrengen, hen samen laten creëren, en kijken wat daaruit voortkomt. Als iemand uit de VS heb ik grote sociale problemen gezien, waarbij het gesprek met elkaar aangaan geen optie was. Dat zette me aan het denken: welke subjectiviteit – want die is er altijd – wil ik mensen die mijn kunst komen bezoeken laten ervaren? Het antwoord: samen één zijn! Om dat mogelijk te maken, zijn een aantal dingen belangrijk: afkomen van elke publieke identiteit die verdeling en onderlinge onenigheid in de hand werkt. In de digitale sfeer heb je te maken met issues omtrent toegang: niet iedereen weet hoe je een controller bedient, hoe het spelprogramma werkt. Daar probeer ik dus hele duidelijke instructies voor te geven, zodat mensen op hetzelfde level kunnen starten. In mijn laatste werk waren deelnemers om beurten ledematen van een wezen in de game: het been, de vleugels, het brein, enzovoort. De hersenen konden tekst en emoties produceren. De rollen schoven telkens door. Als een deelnemer aan de groep wist je dus nooit precies wanneer jij een verschil zou kunnen maken – maar wel dat dat moment zou komen! Iedereen doet mee. Vergelijk het met een sociale beweging: je weet nooit wanneer iets zomaar ineens groot zou kunnen worden.”

Hoe heb je de master Performance Practices ervaren?

De master heft echt mijn leven veranderd. Ik begon eraan omdat het de-disciplined aspect me erg aansprak: ik wilde multimediaal maken, in verschillende vormen. Ik deed al verschillende dingenen wilde die samenbrengenIk had geen idee wat ik zou gaan ontdekkenHet programma is gebouwd op het concept van het lichaam, in hele brede en algemene zin. Wat is een lichaam in performance, een lichaam in tegenreactie, en niet aanwezig lichaam? Ik leerde om op een nieuwe manier naar dingen te kijken en ontwikkelde een gereedschapskist waarmee ik filosofie en theorie kon vertalen naar daadwerkelijke ontwerpen, er concreet iets van kon maken. Voorheen had ik geen idee hoe dat te doen: dingen leken gewoon juist, ik ging op mijn gevoel af. Dat doe ik nog steeds, maar daarbij stuur ik mijn werk in de richting van een specifiek doel, naar een waarde, zoals bijvoorbeeld disidentificatie. Zo laat ik deelnemers aan mijn game zich bewust niet identificeren aan de hand van hun naam, maar door het gebruik van kleuren of emojis.” 

“Ik voel me gesteund in mijn makerschap door een grotere kennis van performance literatuur, filosofie en een grote variëteit aan disciplines. De faculteit is geweldig: het team is heel betrokken en iedereen doet alles om, elk vanuit een eigen achtergrond, jou als student verder te helpen je doel te bereiken. Dat levert fijne feedback op. De final performances in mijn cohort waren totaal verschillend: mensen gebruikten verschillende soorten media en hele andere benaderingen – maar alles relateerde toch aan het programma. Het was fantastisch om te zien hoe zeven performances allemaal een andere kant op gingen.”

Jessica's drie grootste eye-openers tijdens de master:

  1. Helemaal aan het begin van de master, met het vak Bodies in Dissent, verkenden we de grenzen van regels in performance: dingen die mensen heel lastig vinden, waar ze echt een aversie tegen hebben. Het lukte me voor geen meter: zoiets was ongelooflijk moeilijk voor mij… Maar door het tóch te doen, werd mijn doel me helder. Ik kwam erachter dat mijn practice een hoopvolle practice is: dat is gewoon wie ik ben, wat ik moet doen. Ik vond het een interessante reactie op de studie.
  2. We werden heel erg aangemoedigd om risico’s te nemen. Mijn idee van een risico nemen was altijd ‘iets nieuws proberen’, maar ik ontdekte dat je zo niet echt in het diepe springt – tenzij je écht niet weet hoe het af zal lopen. Daadwerkelijk falen riskeren: zo leer je nieuwe dingen.
  3. Meer recent ben ik me gaan verdiepen in het post-humanisme: dat omschrijft mensen als wezens die definities tarten en grenzen oprekken. Individuele identiteiten worden afgewezen en maken plaats voor krachtiger groepsidentiteiten.

 

Een andere manier van betekenis geven

Een deel van de game houdt in dat je de gedachten en emoties van de avatar bent. Mensen moeten zelf verhalen maken om te zorgen dat ze vooruit komen in het spel. En in dat proces reageren ze niet alleen op wat er op het scherm gebeurt, maar ook op elkaar, en op de ruimte. Dat maakt dat er een verhaal ontstaat dat niet door één specifiek iemand is geconstrueerd: het is iets abstracts, een nieuwe verhaalvorm. Dit is heel belangrijk in mijn werk. Er ontstaat iets; een gemeenschappelijkheid, een thema of een gevoel: dit is een andere manier om betekenis te geven aan dingen.” 

Hoe reageren mensen erop, hoe vinden ze het om deel uit te maken van zoiets? De mensen die meededen hadden veel plezier! Dat is ook een van mijn belangrijkste doelen: mensen aan het spelen krijgen, plezier te laten maken: dat zorgt voor een collectief gevoel. Tijdens de performance gingen mensen helemaal op in de gamewereld: ze waren in alle staten toen de avatar doodging. Het was een heel geslaagd experiment. Ik krijg veel positieve feedback terug, die me vooruit helpt om mijn werk verder uit te balanceren en er verder mee te gaan in de toekomst.

 

Alles kan iets anders betekenen voor verschillende mensen, iedereen interpreteert op een eigen manier. Dat is een feit – maar soms maakt dit het moeilijk om ergens een gesprek te voeren.

 

Hoe zien je toekomstplannen eruit? Ben je van plan verder te gaan met dit project?

Ik ga zeker verder met dit project. Ik wil het bijvoorbeeld naar festivals brengen. En dat niet alleen: Jessica wil ook onderzoeken of er meer manieren zijn om mensen dichter naar elkaar te brengen. “Wat als het spel geen afgerond geheel was, maar meer de vorm had van een horizon? Zonder eindeen zonder begin? Zouden er dan andere vormen van collectiviteit ontstaan? En hoe zou het werken in een live context, zonder het digitale aspect – zou zoiets ook mogelijk zijn? Zou het moeilijk zijn om die surrealistische ervaring na te bootsen?” 

Er liggen dus nog meer dan genoeg vragen die nog niet beantwoord zijn. Zo veel zelfsdat Jessica een PhD traject overweegt. “Mijn thesis gaat over participatory art in het algemeen: over hoe de kwaliteit van betrokkenheid te beïnvloedenIk zou daar ook graag academisch onderzoek naar willen doen, en de uitkomsten daarvan meenemen in mijn performances. Die kennis doorgeven, misschien case studies doen: performances ontwerpen die gemaakt op verschillende soorten en maten van participatie.” 

Er is één grote vraag waar ze momenteel mee speelt, die relevant is voor iedereen, kunstenaar of niet: het idee van kunst vertalen. Lange tijd heeft het idee geheerst dat kunst alleen over zelfexpressie zou gaan – en dat het dus niet verplicht zou zijn om een vertaalslag te maken. Alles kan iets anders betekenen voor verschillende mensen, iedereen interpreteert op een eigen manier. Dat is een feit – maar soms maakt dit het moeilijk om ergens een gesprek te voeren. De grote vraag die ik stel is: hoe vertaal je die soms abstracte begrippen in ervaringen van kunst? Uit welke elementen bestaan die? Mensen activeren, hen onderdompelen in een ervaring van zien en horen, ze instrueren over hoe met elkaar de interactie aan te gaan: is de combinatie belangrijk? Zijn er meer elementen, of is dit alles? Ik vraag me af welke aspecten bijdragen aan het vertalen van een idee of gevoel. En of het überhaupt nuttig is om ze in kaart te brengen. Is het niet beter om mensen gewoon vrij te laten, hen te laten uitdrukken wat ze maar willen? Kun je zo’n traject wel vormgeven en beïnvloeden? Of moet je het laten bij de notie dat we allemaal op onze eigen manier verkennen? 

Deze vraag is met name interessant als het gaat om kinderen: in hoeverre kun je die sturen in hun ervaring? Mijn game lijkt heel geschikt te zijn voor kinderen van rond de 12. Dat zou ik dus graag uit willen proberen. Een van mijn vorige projecten, Dream City, werd met name door kinderen heel leuk gevonden. Kinderen waren écht in staat er plezier aan te beleven. Het spelen van deze game, We Called It Earth, vereist acceptatie van de regels: voordat je mee kunt doen, moet je aangeven dat je je eraan zult houden. Het is best moeilijk om uit te vogelen hoe het spel werkt, dus als je anderen kunt helpen, moet je dat doen: dat is een van de regels. Help anderen! En als dat niet kan, wees dan alsnog aardig! Het zou interessant zijn om te onderzoeken of kinderen die helpende houding vast kunnen houden in een spelcontext. In dit spel kun je niet tegen elkaar strijden. Het kan wel, maar je komt er geen steek verder mee: je gaat je vervelen en raakt gefrustreerd: je moet samenwerking om verder te komen.”

 

Wat betekent het voor jou om een artiest te zijn?

De rol van de kunstenaar in participatory art heeft niet alleen betrekking op esthetische doelen en respons triggeren, maar ook op het ontwerpen van structuren voor ervaring, over ervaringen faciliteren: gaten creëren die andere mensen zelf kunnen vullen. Kunstenaar zijn betekent voor mij op zoek gaan naar nieuwe manieren om dingen te ervaren, manieren die misschien niet de norm zijn. Nieuwe manieren om anderen uit te nodigen toenadering te zoeken – om het ‘abnormale’ voor even normaal te maken. Om het gesprek aan te gaan over net zoveel verschillende dingen als er mensen in de ruimte zijn. Kunstenaar zijn betekent voor mij leren om nieuwe manieren van mens zijn te ervaren.” 

“Ik denk dat er in onze maatschappij te veel nadruk heeft gelegen op individuele prestatie, op maakbaarheid van het eigen: ‘ik kan (en moet) het zelf doen, het altijd druk hebben – dat maakt me beter als persoon’… Ik zou graag zien dat dit sentiment opschuift in de richting van samenwerkingWe hoeven onszelf niet voorbij te lopen om ons uit te drukken. We kunnen nader tot elkaar komen op een niet vergelijkende, niet competitieve manier: het hoeft niet altijd om winnen of verliezen te gaan!” 

Deze voortdurende balans tussen individuen en groepen vormt te rode draad in Jessica’s werk. “Het is belangrijk om na te denken over sociale identiteiten en sociale normen. Tegelijkertijd zijn wij het zelf die beslissen wat we zien als ‘anders’ of ‘hetzelfde’. Soms is het goed om bewust te kiezen voor het vinden van een grotere overeenkomst.

Meer ontdekken

Neem een kijkje op Jessica's website en op haar projectwebsite voor meer informatie over haar en haar werk. 

Ontdek meer over de master Performance Practices op de opleidingspagina en op de website van de opleiding.