Ga naar de hoofdcontent Pijl naar rechts pictogram

Over geld moet je heel zakelijk zijn

Wordt er voldoende aandacht besteed aan ondernemerschapsvaardigheden gedurende de studie? Tijdens een bijeenkomst van de Community Cultureel Ondernemerschap spreekt het ArtEZ Business Centre voor de aftrap van de nieuwe rubriek De route van hierover met jonge docenten Douwe Dijkstra, Ratna Ho en Simone Trum. De meningen lopen uiteen. Hoe wordt de schakel gemaakt van een veilige bubbel naar een succesvolle onderneming? Op welke manier zijn ze gekomen waar ze nu zijn? 

Over geld moet je heel zakelijk zijn

 

Voor alle sprekers is het langer dan tien jaar geleden dat ze zijn afgestudeerd aan ArtEZ. Ofwel, er is voldoende tijd geweest om hun onderneming tot een zelfstandige praktijk uit te laten groeien. Wat ging hieraan vooraf en tegen welke obstakels liepen zij aan? De sprekers van deze editie van De route van zijn divers aan inzichten en ervaringen, maar tonen, zo leren we tijdens het gesprek, wel degelijk veel overeenkomsten in werkwijzen. Ratna Ho rondde in 2009 de opleiding Fashion Design af. Zij is modeontwerpster en eigenaar van duurzaam modehuis Fraenck met haar partner Pascal Mulder. Daarnaast is Simone Trum aanwezig, die in 2008 is afgestudeerd aan de opleiding Graphic Design en eigenaar van ontwerpstudio Team Thursday met haar businesspartner Loes van Esch. De laatste spreker van de middag is Douwe Dijkstra, hij studeerde in 2005 af aan Illustration Design en werkt op dit moment aan een documentaire die hij hoopt dit jaar te voltooien. Vooraf aan het gesprek is de sfeer in de Teams huiselijk en hiermee is gelijk de toon voor de rest van de middag gezet. 

Je bemoeit je het meest met de dingen waar je goed in bent

Het gesprek wordt geleid door Tamara Rookus, adviseur ondernemerschapsonderwijs bij het ArtEZ Business Centre, en zij vraagt na het introduceren van de sprekers direct naar de rol die samenwerkingen op hun ondernemerschap heeft gehad. Hier bijt Ratna het spits af en vertelt dat het voor haar een uitkomst is om altijd een klankbord te hebben. Deze opvatting deelt Simone, maar ze waarschuwt dat je met het dubbele aantal mensen ook het dubbele aantal opdrachten nodig hebt. De antwoorden op de vraag blijven nog aan de oppervlakte zweven, maar daar komt vlug verandering in als Tamara vraagt naar de gezamenlijke beslissingen en verdeling van inkomsten. Simone en Ratna laten weten dat ze in hun samenwerkingen graag focussen op de kwaliteiten van iedere participant: ‘Je bemoeit je het meest met de dingen waar je goed in bent.’ Dat staat haaks op de filosofie van het collectief 33 ⅓ van Douwe, waar iedereen één derde aandeel had in elk deel van de opdracht. ‘Er waren altijd drie kapiteins, dat was knap lastig.’ Het collectief ging dan ook uit elkaar. 

Het werven van een opdracht is ondernemen vooraf, maar als je vrij werk maakt, moet je achteraf ondernemen

Een sleutelmoment voor alle sprekers, was het winnen van een prijs of ontvangen van een subsidie die ze konden investeren aan het begin van hun prille onderneming. Wanneer aan Simone wordt gevraagd wat het belang van deze kans was voor haar eigen start, benadrukt ze: ‘Met de starterssubsidie konden we gelijk een studio huren. Ik weet niet hoe we van start waren gegaan als we dat geld niet hadden ontvangen.’ Hiermee ontstaat de vraag of het dan noodzakelijk is voor een kunstenaar om te beginnen met een startkapitaal. Bij elke spreker lijkt het er sterk op, ondanks dat ze de gedeelde visie van onafhankelijkheid blijven houden. Wat opvalt zijn de herinneringen aan beurzen, prijzen en subsidies die niet meer bestaan. Het werkveld is, sinds het ontstaan van de studielening en de bezuinigingen van Halbe Zijlstra in 2011, sterk veranderd. Uiteindelijk verwoordt Simone het belang van aanvragen schrijven als volgt: ‘Natuurlijk komt er geluk kijken bij het ontvangen van een subsidie, maar doordat je verwoordt wat je plannen zijn, kan je meer duidelijkheid creëren in je eigen doelen en ondernemerschap.’ In het werven van opdrachten is enige flexibiliteit in je kunstenaarschap gewenst, de klant is immers koning, maar commercialiteit beperkt zich niet tot de commerciële opdrachten. Douwe vult zijn eigen punt van eerder verder aan: ‘Het werven van een opdracht is ondernemen vooraf, maar als je vrij werk maakt, moet je achteraf ondernemen. Dat affe werk moet ergens een plek krijgen, dat is je taak na het creëren.’ Douwe houdt ervan zichzelf online te presenteren en verkopen, maar kent de hordes op die route. ‘Het is voor veel makers van vrij werk lastig om hun werk aan de man te brengen. Het is een onzekere investering, omdat er pas aan kan worden verdiend als het af is.’

Wij hebben een heel bewuste keuze gemaakt voor commercialiteit. Ik ben ook zeker geïnteresseerd in de vraag hoe je een goed product in de markt zet

De relatie met geld voor kunstenaars blijft lastig, zo blijkt ook tijdens het gesprek. Wat is de rol van commercieel en toegepast werk, tegenover vrij en autonoom werk? In hoeverre is iemand afhankelijk van de opdrachtgever, en blijft er dan nog iets overeind van het eigen werk? Douwe benadrukt de rol van autonoom werk voor het vinden van toegepast werk: ‘Na de opleiding ging ik acquisities doen bij allemaal reclamebureaus. Daar kwam niet zoveel uit. Ik ben daardoor weer aan de slag gegaan met mijn eigen werk, los van opdrachten. Deze werken trokken nieuwe klussen aan. Uit het succes van het autonome werk komen klussen voor meer toegepast werk.’ Niettemin merkt Ratna op dat, voornamelijk in het begin, geld een ongemakkelijk onderwerp is. ‘Wij hebben een heel bewuste keuze gemaakt voor commercialiteit. Ik ben ook zeker geïnteresseerd in de vraag hoe je een goed product in de markt zet.’ Over de verdeling van geld zijn de ondernemers eensgezind. In hun antwoorden weerklinkt de boodschap dat geldzaken sec behandeld dienen te worden. Simone en haar partner Loes baseren hun inkomsten op het aantal uren die ze werken. Simone werkt vijf dagen en Loes momenteel vier, op basis van die uren verdelen ze hun omzet. ‘Ik geef les, dat levert inkomsten op, maar de taken in het atelier die Loes doet, waar niet direct voor wordt betaald, zijn even belangrijk. Daarom betalen we in uren uit, niet in opdrachten.’ Douwe stelt: ‘Over geld moet je heel zakelijk zijn. Dat is het laatste waar je ruzie over wil maken.’

Sommigen waren bereid om voor bijna niets te werken

We lopen tegen het eind van de webinar aan. Tenslotte vraagt Tamara nog welke competenties de gasten nodig hadden in de eerste twee jaar na hun afstuderen. Simone zegt meteen wat menig kunstenaar zal herkennen: ‘Voor mij was het praten met opdrachtgevers. Ik durfde bijna niet te onderhandelen. Als ik in een kantoor zat van een belangrijke directeur en hij deed een laag aanbod, was ik te veel onder de indruk om het af te wijzen.’ De andere sprekers sluiten zich hierbij aan. Douwe haakt in en vertelt over zijn klas tijdens zijn studie die eens allemaal dezelfde opdracht aangeboden kreeg met de vraag een offerte voor de klus te maken. Als de klas er gaandeweg achter komt wie de opdracht allemaal wil doen, en hoeveel ze ervoor vragen, ontstaat er onderlinge concurrentie. Dit gaat door tot iemand aanbiedt om zestig tekeningen te maken voor pakweg 200 euro. ‘Het is interessant om te zien op welke manier mensen met deze vraag omgingen. Sommigen waren bereid om voor bijna niets te werken.’

Als je weet wat je waard bent, word je niet onderbetaald 

Misschien moet het leren van en praten over ondernemen tijdens een studie aan ArtEZ meer worden genormaliseerd. Tijdens dit gesprek met de docenten komt vooral het belang van je waarde kennen naar voren. Als je weet wat je waard bent, word je niet onderbetaald. In het vragenrondje blijkt dat studenten praten over geld als een taboe ervaren, naar docenten of andere mensen actief in de industrie toestappen wordt als een drempel ervaren. Wij maakten aan het begin van onze opleiding nog vaak grapjes over het niet kunnen verdienen van geld, maar naarmate de studiejaren vorderden, werden de grappen steeds meer bitterzoet. Als het gesprek met deze docenten één ding laat zien, is het dat het tegendeel waar is. De vraag is, wanneer gaan we deze sleutelmomenten zien voor wat ze eigenlijk zijn, namelijk het resultaat van vaardigheden die je kunt aanleren?