Tijdens haar stage in het speciaal onderwijs ontdekte Martzen Kooistra dat de bestaande liedjes niet aansloten bij de kinderen met wie ze werkte. Ze besloot daarom zelf nieuwe liedjes te schrijven. Zo ontstond de liedbundel waarmee ze afstudeert aan de bachelor Muziektherapie van ArtEZ Conservatorium in Enschede.

Martzen werkte tijdens haar stage met kinderen met een ernstig meervoudige beperking (EMB). Een combinatie van een ernstige verstandelijke en lichamelijke beperking. De kinderen in haar groep waren tussen de acht en twaalf jaar, maar hadden een ontwikkelingsleeftijd van ongeveer twee tot vier jaar.
“Als muziektherapeut leer je doelgericht werken. Je gebruikt muziek niet alleen omdat het leuk is, maar om ergens aan te werken. Bijvoorbeeld aan aandacht, concentratie, communicatie of beurtgedrag.”
Op school wilden ze vooral dat de kinderen muziek konden beleven. “Tijdens mijn stage merkte ik dat ik intuïtief al bepaalde keuzes maakte, zoals veel herhaling en een vaste opbouw. Voor mijn afstudeeronderzoek wilde ik uitzoeken waarom dat werkte.”
Al snel ontdekte ze dat veel bestaande kinderliedjes niet aansloten bij haar doelgroep. “Op school werkten ze bijvoorbeeld met het thema kleuren. Ik wilde daar juist bij aansluiten, omdat dat op dat moment leefde in de klas. Dan zoek je een liedje over een regenboog, maar daarin komen kleuren voorbij als turquoise en fuchsia. Dat is voor deze kinderen veel te complex en niet relevant. Toen dacht ik: ik schrijf zelf een liedje.”
Dat ene liedje werden er steeds meer. “Voor allerlei doelen. Op een gegeven moment had ik een hele stapel.” Zo ontstond uiteindelijk haar liedbundel.

De liedbundel van Martzen, student Muziektherapie aan ArtEZ Conservatorium in Enschede
Martzens liedbundel richt zich op het stimuleren van aandacht. “Om muziek echt te beleven, moet je eerst aandacht hebben. Voor de muziek, voor elkaar of voor mij als therapeut. Pas daarna ontstaat er contact. En vanuit dat contact kunt je weer verder bouwen. Daarom wilde ik juist die eerste stap ondersteunen.”
“Als ik binnenkom met mijn groene gitaar, weten de kinderen al hoe laat het is. Ik begin altijd met hetzelfde welkomstlied. Veel kinderen zijn non-verbaal. Dus als ik na twaalf sessies ineens een kindje ‘hallo’ hoor zeggen, is dat fantastisch. Ze herkennen mij en het lied. En juist die herkenning geeft rust en veiligheid. Daardoor ontstaat ruimte om contact te maken en te leren.”
Niet ieder kind reageert hetzelfde. “Het ene kind reageert al snel op de muziek, beweegt mee of heeft aandacht voor wat er gebeurt. Een ander kind heeft meer ondersteuning van mij nodig. Daarom is die liedbundel geen stappenplan, maar een hulpmiddel. Uiteindelijk kijk je als muziektherapeut wat een kind nodig heeft. Het lied pas je daarop aan, niet andersom.”

Tijdens de bachelor Muziektherapie leer je muziek maken én muziek therapeutisch inzetten. “Mensen vragen weleens: waarom doe je twee opleidingen in één? Maar zo voelt het helemaal niet. Het één kan niet zonder het ander. In het begin denk je soms: wanneer ga ik dit allemaal gebruiken?”
“Je krijgt piano, gitaar, zang, drums, muziektheorie, methodiek en gezondheidsleer. Zodra je stageloopt, merk je waarom je al die kennis nodig hebt.”
Ook in vakken als Improvisatielab komen muziek en therapie samen. “Je leert in het moment muziek maken door goed naar elkaar te luisteren en op elkaar te reageren. Dat afstemmen doe je later als muziektherapeut voortdurend. Je stemt je muziek af op de cliënt, de omgeving en wat er op dat moment gebeurt.” Tijdens projectweken ontmoette Martzen muziektherapeuten uit het werkveld.
“In mijn eerste jaar hoorde ik een verhaal van muziektherapeuten op de Neonatale Intensive Care Unit (NICU). Zij maken muziek op basis van de hartslag van te vroeg geboren baby’s. Als een baby overlijdt, wordt dat een blijvende herinnering voor de ouders. Dat vond ik zo bijzonder, dat ik in mijn derde jaar zelf de NICU-training ben gaan volgen. Toen dacht ik opnieuw: wauw. Dat je met muziek zóveel voor iemand kunt betekenen.”

Tijdens haar eindpresentatie gaf Martzen haar liedbundel mee aan andere muziektherapeuten, met één belangrijke boodschap. “Gebruik hem vooral, maar geef er je eigen draai aan. Als jij mijn liedjes precies zo uitvoert als ik, werkt dat misschien helemaal niet. Het contact dat jij met een kind maakt, is minstens zo belangrijk als het lied zelf.”
Dat is ook de belangrijkste les die ze zelf meeneemt. “Ik heb geleerd om in hele kleine stapjes te denken. Een kind kan vier weken achter elkaar alleen maar naar de grond kijken. Als hij of zij me dan ineens aankijkt en lacht, voelt dat als een enorme overwinning. En ik heb geleerd om helemaal mezelf te zijn, dan laten kinderen zichzelf ook zien. Tijdens deze opleiding heb ik echt mijn eigen manier van muziektherapeut zijn gevonden.”