Oscar van ’t Riet maakt werk dat iets in beweging zet. Soms schuurt het, soms confronteert het, maar altijd vertrekt het vanuit de vraag wat kunst met iemand doet. Tijdens de opleiding Docent Beeldende Kunst en Vormgeving (DBKV) in Zwolle ontdekte hij dat het voor hem niet alleen draait om maken, maar juist ook om wat je daarmee bij anderen los kunt maken. “Je leert hier niet alleen beeldend werken, maar ook hoe je mensen meeneemt in wat je maakt of wil vertellen.”
“Ik wilde met mensen werken, iets uitleggen of iets bij ze losmaken. Dat sociale stuk en dat creatieve samen, dat past bij mij. In deze opleiding ontwikkel ik ook een eigen beeldende praktijk.”
Voor Oscar voelde de keuze voor DBKV passend. “Van 2013 tot 2023 zat ik op een jeugdtheaterschool, dus dat is eigenlijk mijn hele jeugd geweest. Daar ben ik gewend geraakt aan het spelen, maken en op een podium staan. Toen ik een studie moest kiezen, heb ik gekeken naar regie of docent theater, maar dat voelde niet passend. Ik zocht iets met houvast en merkte dat ik meer wilde dan alleen maar acteren."
"In het begin dacht ik nog wel: je wordt docent handvaardigheid en dat is het dan. Maar hier ontdekte ik dat het veel breder is. Je kunt bijvoorbeeld ook werken als museumdocent of je gaat bij een gemeente aan de slag als adviseur."
Tijdens de opleiding loopt Oscar verschillende stages, waardoor hij het werkveld van meerdere kanten leert kennen. “Mijn eerste stage was op een middelbare school. Dan sta je echt voor de klas en werk je binnen een curriculum. Je geeft lessen en je hebt bepaalde doelen waar je naartoe werkt. Je kan niet helemaal vrij doen wat je wil, maar binnen die kaders kan je wel keuzes maken. Wat vind jij belangrijk dat leerlingen leren en hoe breng je dat over?”
“In mijn huidige stage bij de Museumfabriek werk ik weer heel anders. Daar maak ik educatie voor kinderen die het museum bezoeken. Ze lopen langs fossielen of machines en we praten bijvoorbeeld over de geschiedenis van Enschede als textielstad. Daarna gaan ze zelf iets maken. Ik heb nu een opdracht waarbij ze met speksteen een bot namaken, dus ze gaan echt vijlen en schuren.”
“Voor mij begint dat bij kijken. Wat zie je eigenlijk en hoe zit iets in elkaar? Dat probeer ik ze stap voor stap te laten ervaren. Ze weten niet wat ‘analytisch kijken’ is, maar dat is wel wat ze doen. En daarna gaan ze het maken, zodat ze ook begrijpen hoe materiaal werkt en wat je ermee kan. Dat creatieve proces wat kinderen van nature hebben, probeer ik juist te stimuleren.”
“Wat ik daarin interessant vind, is dat je aan de ene kant docent bent en iets moet overbrengen, maar aan de andere kant ook kunstenaar bent. In het begin zag ik dat als twee losse dingen, maar dat is het allang niet meer. Het gaat erom wie jij bent en hoe je dat vertaalt naar wat je maakt en hoe je dat doorgeeft aan anderen.”
“Wat ik ook merk, is dat er veel ruimte is om verschillende kanten van jezelf te combineren. Dingen waarvan je eerst denkt dat ze misschien niet binnen de opleiding passen, kun je juist meenemen in je werk. Voor mij betekende dat dat ik onlangs nog in een voorstelling heb gespeeld en dat ik dat kon laten doorwerken in mijn beeldend proces.”
Één van die beeldende werken, gaat over onze neiging tot swipen. Dat begon bij iets dat Oscar stoorde: “Ik ben eigenlijk altijd wel maatschappelijk kritisch. Als iets me ergert, dan wil ik snappen waarom dat zo is.”
Zo ontstond zijn project over datingapps. “Ik zat met vrienden en iemand vertelde dat hij dagelijks aan het swipen was. Dat vond ik bizar, want je beoordeelt mensen alleen op hun uiterlijk. En bovendien weet je eigenlijk alles al over iemand. Wat is dan nog de meerwaarde van die eerste ontmoeting? Maar ik wilde niet alleen roepen dat het slecht is, ik wilde ook begrijpen hoe dit precies werkt en wat dat met je doet. Dus ben ik het zelf ook gaan doen en heb ik er een uitgebreid onderzoek van gemaakt.
Ik hield in een Excelbestand bij hoeveel mensen ik zag, wie ik likete, gesprekken die ontstonden en ook wat het met mijzelf deed. Dat heb ik vijftig dagen gedaan. Gemiddeld zat ik op zo’n 114 mensen per dag en uiteindelijk kwam ik boven de 5400 profielen uit. Na een tijdje merkte ik dat mijn blik veranderde. Ik zag anderen eigenlijk alleen nog als nummers en keek niet meer echt naar ze. Dat vond ik best heftig om bij mezelf te zien. En tegelijk besefte ik: ik ben zelf ook maar één van de zoveel.”
Dat inzicht vertaalde hij naar een performance. “Ik zat daar voor publiek en ging live swipen, met een soort eigen ‘algoritme’: kort kijken, beoordelen en weer door. Mensen wisten precies wat er gebeurde en het werd ademloos stil. Iemand zei daarna zelfs dat hij zijn datingapp ging verwijderen. Voor mij ging het erom dat mensen zouden ervaren hoe snel je iemand reduceert tot alleen een beeld.”
“In mijn ogen is dit echt een opleiding voor mensen die iets willen maken dat ook iets betekent. Je moet creatief zijn, maar vooral ook nieuwsgierig en een beetje kritisch ingesteld. Dat je iets wil onderzoeken of ergens een mening over hebt. Als je iets hebt met kunst, maar ook met mensen en je wil dat combineren, dan zit je hier goed. Wat deze opleiding vooral bijzonder maakt, is dat je wordt opgeleid tot zowel autonoom kunstenaar als kunsteducator. Die combinatie maakt het juist sterk. Het is anders dan een autonome kunstopleiding, omdat je jezelf niet alleen ontwikkelt als maker, maar ook leert hoe je je eigen visie op het kunstonderwijs kunt toepassen in de praktijk. ”
"En misschien nog wel het belangrijkste: je wordt hier niet alleen opgeleid voor een beroep, je ontwikkelt ook echt wie je bent."








