Ga naar de hoofdcontent Pijl naar rechts pictogram

Blauwe druifjes voor het huisdierenkerkhof

  • Beeldende Kunst

Elk jaar brengt het magazine Metropolis M een Graduation Special uit, met daarin werk van verschillende finals-studenten die afstuderen als beeldend kunstenaar. Frida Berntsen is één van de alumni die in de special staat. Metropolis M stelde Frida de vraag: "Wat is het verhaal achter je werk?"

Blauwe druifjes voor het huisdierenkerkhof

Op het eerste oog is Blauwe druifjes voor het huisdierenkerkhof een abstract schilderij, waarin je hooguit een aantal vage, bloemachtige vormen herkent. Frida Berntsen (1997) legt uit dat het om een ecoprint gaat, waarbij bloemen of andere planten tussen stof worden geperst en vervolgens gestoomd. Met deze techniek legde Berntsen de flora in de achtertuin van haar ouders vast. Wat ze aan de ecoprint waardeert, is dat de bloemafdrukken echt in het textiel trekken en zo een fysieke herinnering vormen aan een specifieke plek. Door de toepassing ervan te herhalen, brengt ze ook dieptewerking aan. ‘Schilderen, maar ook weer niet’, noemt ze dit.

Berntsen wilde aanvankelijk schilder worden, maar ze realiseerde zich al snel dat ze zichzelf liever niet wilde vastpinnen op één medium. Toch heeft ze de blik van een schilder behouden. Ze vindt het belangrijk dat een afbeelding ‘in en uit elkaar kan vallen’, dat die nooit helemaal abstract wordt, maar ook niet puur figuratief blijft. Opmerkelijk is haar beschrijving van de ecoprint met de term ‘huisvlijt’. Op haar afstudeerpresentatie is onder meer ook een tafelkleed te zien – Blueprint of matter, blueprint of mind – met daarop een afbeelding van serviesgoed. Hiervoor nam Berntsen haar toevlucht tot een andere schilderachtige techniek: de cyanotypie, een vroege voorloper van de fotografische afdruk Ze maakte eerst een cyanotype op een oud tafelkleed, om vervolgens de afbeelding om te zetten tot een nieuwgewoven kleed van blauw damast waarop zich witte vormen aftekenen.

In de afstudeerpresentatie rust het kleed op een stapel servies, als een sculptuur, maar het kan ook gewoon gebruikt worden. Dat vindt Berntsen een mooi idee, dat een kunstwerk op kan gaan in het dagelijks leven. Ambachtelijke technieken werden decennialang buiten de ‘officiële’ kunst gehouden. Voor Berntsen zijn ze echter toepasselijke werkwijzen om het alledaagse een rol te geven in haar kunstwerken. Bovendien zijn zowel de cyanotypie als de ecoprint gevoelig voor licht, waardoor ze het verstrijken van de tijd inzichtelijk maken; een ander thema dat haar erg interesseert. Waarom zou je zo’n groot thema eigenlijk niet met ambachtelijke, alledaagse technieken aan kunnen vliegen?

Auteur: Maarten Buser, dichter en kunstcriticus.