Wat leer je?
Bij de docentenopleiding Artisteducator in Dans vertrek je vanuit wat jou beweegt en wat er bij een ander speelt. Je onderzoekt in en met beweging, neemt initiatief en geeft zo in de praktijk vorm aan artistiek-educatieve interventies.
Artistiek-educatieve interventies kunnen door jou allerlei vormen aannemen. Denk bijvoorbeeld aan:
- Een doorlopende leerlijn dans ontwikkelen voor een basisschool, waarin kinderen hun creativiteit, expressie en bewegingsmogelijkheden ontdekken.
- Een interdisciplinair maakproces waarin jongeren dans, beeld en muziek verbinden om een maatschappelijk thema te onderzoeken.
- Een community-dansproject waarin verschillende generaties hun persoonlijke ervaringen vertalen naar een gezamenlijke performance.
- Een interactieve dansinstallatie op een festival waarin bezoekers via beweging onderdeel worden van een artistieke ervaring.
- Een artistiek dansonderzoek waarin je vanuit jouw eigen fascinatie en urgentie nieuwe vormen van expressie ontwikkelt en onderzoekt.
Om zulke uiteenlopende artistiek-educatieve interventies mogelijk te maken, ontwikkel je jezelf tijdens de opleiding binnen drie met elkaar verbonden leerlijnen, die we practices noemen:
- Dance Practice: gericht op dans en jouw ontwikkeling daarin.
- Artistic Practice: gericht op het verkennen van en werken in het werkveld.
- Learning Practice: gericht op jouw ontwikkeling als Artisteducator in Dans.
1. Dance Practice
Gebruik dans als jouw bron om te bewegen!
Binnen Dance Practice volg je verschrillende lessen en ontwikkel je jezelf daarbij op drie gebieden die nauw met elkaar verbonden zijn:
- Fysiek-technische ontwikkeling – het lichaam als fysiek instrument
Je ontwikkelt jouw fysieke mogelijkheden, technische vaardigheden en lichaamsbewustzijn. Je onderzoekt bewegingsprincipes en ontdekt hoe je jouw lichaam bewust, efficiënt en veelzijdig kunt inzetten. Denk bij voorbeeld aan: Hedendaags, Ballet, Physical Dynamics - Somatische en sensitieve ontwikkeling – het lichaam als ervarend systeem
Je verdiept de verbinding met jouw lichaam door waarneming, aandacht, gevoel en bewustzijn. Luisteren, voelen, ervaren en belichaamd begrijpen staan hierbij centraal. Denk bij voorbeeld aan: ervaarbare anatomie, lichaamswerk zoals Feldenkrais, Authentic Movement, Body-Mind Centering - Artistiek-expressieve ontwikkeling – het lichaam als expressief en betekenisgevend medium
Je ontwikkelt een eigen bewegingstaal en artistieke zeggingskracht. Je ontdekt hoe je via jouw lichaam ervaringen, ideeën en intenties vorm kunt geven en in verbinding kunt brengen met de ander. Denk bij voorbeeld aan: Performing Art Techniek, Danstheater, Bewegingstheater.
Naast de lessen binnen deze drie gebieden, zijn er binnen de Dance practice ook twee overkoepelende theorievakken: Dans in Context en Dansfysieke Kennis. Bij Dans in Context onderzoek je dans als cultureel, historisch en maatschappelijk fenomeen. Je ontwikkelt je kritische denkvermogen, onderzoeksvaardigheden en leert reflecteren op jezelf als danser, maker en educator. Bij Dansfysieke Kennis verdiep je je in het menselijk lichaam en de werking ervan binnen dans. Je leert over anatomie, spierkracht, flexibiliteit en lichaamsbewustzijn, en ontdekt hoe je jouw fysieke mogelijkheden op een gezonde en effectieve manier kunt ontwikkelen en inzetten in je danspraktijk.
2. Artistic Practice
Ontdek waar jij met dans iets in beweging kunt brengen!
Binnen Artistic Practice werk je tijdens de opleiding in twaalf projectmatige periodes met steeds een eigen focus. Je volgt voor elke project inputlessen, werkt of reflecteerd samen in groepen, krijgt ruimte om zelfstandig aan de slag te gaan en stapt de praktijk buiten ArtEZ in.
Een focus van een Artistic Practice is bijvoorbeeld Dans in het voortgezet onderwijs of in interactie met de omgeving door Co-creatie. Zo verken je in de Artistic Practices de waarde van dans in de praktijk in uiteenlopende artistieke, educatieve en maatschappelijke contexten. Je ontmoet verschillende mensen en organisaties, ontdekt hoe zij werken en onderzoekt wat jij daar als Artisteducator in Dans kunt betekenen. In het begin van jouw studie maak je kennis met uiteenlopende mogelijkheden binnen het werkveld. Naarmate de opleiding vordert, krijg je steeds meer ruimte om je te verdiepen of te verbreden en geef je steeds zelfstandiger vorm aan jouw eigen beroepspraktijk als Artisteducator in Dans.
Binnen deze practice ben je bezig met:
- improviseren, bewegen en experimenteren met dans vanuit jouw eigen fascinaties en vragen
- je verdiepen in een thema en onderzoeken wat dans daarin kan betekenen
- dansmateriaal maken, uitproberen en verder ontwikkelen
- samen met medestudenten en mensen uit de praktijk ideeën bedenken en uitvoeren
- initiatief nemen en artistiek-educatieve interventies ontwikkelen en uitproberen
- ervaringen uitwisselen, feedback geven en ontvangen en onderzoeken wat jouw werk bij anderen teweegbrengt
3. Learning Practice
In de Learning Practice staat jouw persoonlijke en professionele ontwikkeling centraal. Je ontdekt wie je bent, wat jou beweegt en welke betekenis je als artisteducator wilt geven aan de wereld om je heen. Door te onderzoeken, creëren, reflecteren en samen te werken ontwikkel je jouw eigenheid als kunstenaar en educator. Binnen de Learning Practice maak je kennis met verschillende onderdeelen:
- Makerslab – ontdek hoe jij wilt maken!
In het Makerslab onderzoek en ontwikkel je jouw eigen makerschap door dans te creëren. Je experimenteert met verschillende artistieke werkwijzen en krijgt tools aangereikt om jouw ideeën vorm te geven. In de tweede helft van het jaar vorm je samen met medestudenten een collectief, waarin je een gezamenlijk artistiek maakproces aangaat. - Embodied Artistic Process – wat beweegt jou?
Je reflecteert op je ervaringen, maakt bewuste keuzes in je leerproces en wordt hierin begeleid en gecoacht. Vanuit het Embodied Artistic Process (EAP) onderzoek je jouw persoonlijke kwaliteiten, fascinaties en drijfveren. Je gebruikt dans, beweging en artistiek onderzoek om jezelf beter te leren kennen en jouw identiteit als kunstenaar en educator te ontwikkelen. - Coaching – geef richting aan jouw ontwikkeling!
Binnen de Learning Practice krijg je begeleiding bij jouw persoonlijke ontwikkeling. Tijdens individuele coaching is er ruimte voor jouw persoonlijke vragen, doelen en uitdagingen. Met studiecoaching kijk je naar jouw voortgang, leerproces en de keuzes die je maakt. Elk studiejaar krijg je een andere studiecoach, die je gedurende dat jaar begeleidt. Tijdens intervisie wissel je ervaringen en vragen uit met medestudenten, denk je met elkaar mee en leer je van elkaar. - Community – breng samen iets in beweging!
Samen met studenten uit verschillende studiejaren neem je initiatief en organiseer je activiteiten, voorstellingen of evenementen. Je brengt eigen ideeën in, werkt samen en draagt actief bij aan de community binnen en buiten de opleiding. - Free Space – geef ruimte aan wat jou beweegt!
Drie weken per jaar krijg je de ruimte om jouw eigen interesses en ambities te volgen. Je bepaalt zelf hoe je deze weken invult of neemt deel aan projecten en programma's vanuit de opleiding en haar partners. Denk bijvoorbeeld aan internationale samenwerkingen, zoals de Joint Module in Zweden en Denemarken.


