Naar overzicht

Pleidooi: De kracht van Oost

Pleidooi: De kracht van Oost
15 dec 2016
15 dec 2016
Pleidooi: De kracht van Oost

Presentatie van de studie Base Experiment Art Research met een optreden van Dirk van Weelden (tekst) in een film/animatie/werk van Robbie Cornelissen .
Met muzikale bijdragen van studenten van ArtEZ. Tekst van het pleidooi De kracht van Oost staat hieronder.


ArtEZ en de kracht van Oost from Miriam Fuselier on Vimeo.

We kennen allemaal zulke mensen. Mensen van wie we zeggen, die verstaat niet zomaar uitstekend zijn vak, nee, die maakt er een kunst van. Ze hebben een café, of ze runnen een garage, ze zijn leraar of masseur. Ze zijn niet zomaar alom geliefd, nee, ze zijn, als monteur, masseur, leraar of constructeur op een bepaalde manier een kunstenaar. Er zijn mensen die geschiedenis onderwijzen op een VMBO school tot een kunst hebben verheven. Dat zijn bijzondere mensen. Maar waarin zit h’m nou dat verschil? Wat is het extra, vergeleken met de mensen die gewoon goed hun vak uitoefenen?

Het ligt voor de hand te zeggen dat ze door de manier waarop ze hun werk doen, en ook met het resultaat van hun werk anderen verbluffen. Zij doen het meeslepender, mooier, met meer gemak dan anderen. Denk aan Cruijff die voetbalde op een manier die mensen een hele andere dimensie van het voetbalspel deed zien. Dat voetbal zo slim, zo sierlijk, zo vloeiend en moeiteloos kon zijn. Zo mooi.

Maar wat zit daaronder? Waardoor komt dat? Wat is het geheim van die horecaondernemer die spelenderwijs zijn grand café tot een omgeving maakt waar mensen graag komen, waar ze graag werken. Een tent die mensen als een bijzondere plek gaan zien, waar interessante mensen komen en Het gebeurt, een omgeving met een eigen sfeer, die anderen vergeefs proberen te kopiëren?

Het eerste is inventiviteit. Zulke mensen doorzien de regels en gewoontes, de patronen en verwachtingen van hun vak en omdat ze die tot in de puntjes beheersen zien ze er ook de beperkingen, de willekeur, de onzin van. Ze zien ruimte die anderen niet zien. Of het nu leraren, mecaniciens, corporitiebestuurders of horecaondernemers zijn, het zijn uitvinders. Ze spelen het spel dat hun vak is op een andere, nieuwe manier. Ze zien dat het anders kan.

Het tweede dat opvalt aan die mensen die we kunstenaars in hun vak noemen is, dat er er om hun heen vaak gedoe is. Er zijn vaak misverstanden en conflicten. Je kunt zeggen, ach, vernieuwers roepen vaak weerstand en afgunst op. Mensen zijn huiverig voor het onbekende. Maar is dat de hele verklaring?

Ik denk van niet. De mensen die hun vak tot een kunst weten te verheffen beschouwen hun vak niet als een vanzelfsprekendheid. Ze nekijken het in een breder kader. Ze leggen een verband met ervaringen en vooral met waarden buiten de wereld van hun vak. Hun uitvindingen zijn er niet zomaar, als slimme verbeteringen, volgens het bestaande programma. Nee, ze dagen het programma uit.

Die leraar houdt zich bezig met de vraag wat in de levens van die leerlingen buiten de school en na de school, de zin is van de kennis en de vaardigheden die ze op kunnen doen in de geschiedenisles. Hij maakt contact met dat deel van de ervaringen van de leerlingen waarin de school als absurd, vreemd, tijdsverspilling en onderdrukkend verschijnt.

Hij stelt dus vragen over de zin van zijn lessen, de kennis die hij overdraagt. Hij is op een bepaalde manier groter dan zijn vak. En dus is de manier waarop hij lesgeeft even belangrijk als dat wat hij erin aan de orde stelt. Dat zulke mensen ons aan kunstenaars doen denken komt niet alleen doordat ze creatief zijn en met uitvindingen komen. Ze nemen ook de vrijheid hun vak te bevragen vanuit het standpunt van mensen van vlees en bloed, met vijf zintuigen, met herinneringen en dromen, angsten en verlangens, trauma’s en voorliefdes. Ze nemen de targets, het beleid, de veronderstelde doelen, de standaardoplossingen niet voor lief. Ze houden ook rekening met de ironie, de tragiek, het meerduidige en het onbestemde van mensen en het leven.

Dat is wat vaak ongemak en ergernis oproept. Want ze compliceren het opgeruimde probleem-oplossen en zakendoen, het volgen van het protocol, het uitrollen van het beleid. Ze halen er dingen bij die er niet toe lijken te doen, die niet de bedoeling zijn, die buiten de orde vallen, die onbelangrijk of allang achterhaald worden gevonden. Ze leggen de vinger op tunnelvisie, blinde vlekken of schijnheiligheid. Daarom vinden we zulke mensen, net zoals sommige kunstenaars af en toe irritant, pretentieus en onpraktisch. Maar het is precies dit talent om hun vak van een afstandje te bekijken en te zien als iets dat zin moet hebben voor mensen, dat de motor is van hun creatieve en nieuwe ideeën. Daar komt het extra vandaan dat maakt dat we van een dokter, een leraar, een buurtwerker, een masseur kunnen zeggen dat hij een kunstenaar in zijn vak is.

We kunnen het ook omdraaien.

Als we het hebben over de kracht van Oost Nederland zou je naast alle zaken die vanavond aan de orde zijn gekomen ook kunnen denken aan de kunstenaars, kunstinitiatieven en kunstopleidingen die in Oost Nederland zijn. Dat zijn mensen die beroepshalve menselijke ervaringen en waarnemingen onderzoeken en vormgeven. Die zich in materialen, de beeldvorming, de ruimte, de menselijke relaties verdiepen.
Als vak.

Zit daar niet veel potentiëel dat een veel actiever deel zou kunnen hebben aan de kracht van Oost Nederland? Ik sta hier om ervoor te pleiten dat bouwers, onderzoekers, ondernemers, woningbouwcorporaties, zorgverleners, dokters en leraren bij hun toekomstplannen voor het versterken van de kracht van Oost ook gaan samenwerken met kunstenaars. Daar is veel kennis, tegendraads denken, inventiviteit te vinden.

De toekomst, zo blijkt vandaag, ligt in de meerwaarde die ontstaat door wat je ontschotting of ontkokering kunt noemen. Samenwerking over de grens van regio’s, gemeentes en disciplines heen. Voorbij vakidiotie, bureaucratie, korte termijn denken en tunnelvisie. Kunstenaars doen beroepshalve precies dat, vandaag de dag. Ze zijn allang niet alleen meer de eenzelvige schilders en beeldhouwers van vroeger. Ze hebben meer te bieden dan het versieren van recepties en vergaderruimtes, of het tijdelijk opfleuren van achterstandsbuurten. Betrek ze bij het doen van onderzoek naar nieuwe medische technologie, bij het ontwerpen van scholen en sportcomplexen, bij het vernieuwen van onderwijs of de zorg, ja, als meedenkers bij de productontwikkeling van metaalbedrijven. U zult versteld staan.

Ze kunnen ruimte maken waar die niet leek te zijn. Zoals hier achter mij, met niet meer dan een potloodlijn.
(wijst naar projectie van geanimeerde tekeningen van Robbie Cornelissen, binnenkort te zien in Kunstvereniging Diepenheim)

Dirk van Weelden 2016

 

Deel dit