Dit verhaal is eerder verschenen in Metropolis M en is geschreven door: Tessa Bourguignon (kunsthistoricus)

Op het eerste gezicht lijkt het werk van Roos Vonk (student Illustration Design) op een gezellig gedekte tafel met servies en een tafelkleed in helder wit en blauw. Op de muur erachter hangen tegeltjes in dezelfde kleuren als Delfts blauw. Wanneer ik dichterbij kom, lees ik op een van de tegeltjes ‘olijfolie per 100 g 884 kcal’. Dan wordt duidelijk waar haar werk over gaat. ‘Dat is precies het idee’, zegt Vonk, wanneer ik haar vertel dat de betekenis van het werk pas geleidelijk doordringt. Ze wilde het onderwerp – een eetstoornis – niet te zwaarmoedig maken, juist omdat er zo’n groot taboe op rust. Liever houdt ze het luchtig, dat maakt het voor haar beter bespreekbaar.
In de periode waarin ze een onderwerp moest kiezen voor haar afstudeerproject, nam haar eetstoornis haar volledig in beslag. Wat begon uit noodzaak, werd gaandeweg ook een vorm van onderzoek: ze besloot dit persoonlijke probleem tot haar afstudeerproject te maken. In haar scriptie onderzocht ze de geschiedenis van schoonheidsidealen en hoe deze verschillen binnen culturen. Langzaam werd het een onderwerp waar ze vanuit een onderzoekende blik en van een steeds verdere afstand naar kon kijken. Ze verbeeldde haar eetstoornis als een karakter: een blauw monster dat terugkeert in haar werk. Het ontstond in een emotionele bui, als personificatie van de stem in haar hoofd, en vormde het beginpunt van het blauw-witte thema.
Vonk vertelt me over het onbegrip dat er nog altijd bestaat rond eetstoornissen. In een korte animatievideo, opgebouwd uit haar speelse tekeningen, is heel letterlijk te lezen wat de stem in haar hoofd haar influistert: ‘Weet je hoeveel calorieën daarin zitten?’ De video maakt op een heldere en toegankelijke manier invoelbaar hoe het voor haar is. Het doel is niet zozeer om anderen te helpen, zegt ze, maar om te zorgen dat mensen zich minder alleen voelen en dat er meer begrip komt. ‘Het project heeft een grote rol gespeeld in hoe ik me nu voel’, zegt Vonk.