Toen Renske Buissant des Amorie begon aan de opleiding Illustration Design, had ze al een idee van wat illustratie was. Tijdens de studie ontdekte ze dat het vak veel breder is dan ze dacht. In vier jaar ontwikkelde ze naast haar werk ook haar blik op kunst en haar rol als maker.
Renske wist al vroeg dat ze iets met beeld wilde doen. “Ik was altijd al bezig verhalen om te zetten in beeld. Alleen wist ik niet op welke manier me het meest aansprak. Tekenen vond ik leuk, maar ook fotografie en ruimtelijk werk, zoals sculpturen maken.” Daarom volgde ze eerst een vooropleiding, waar ze verschillende disciplines uitprobeerde en een portfolio opbouwde. Daarna koos ze voor Illustration Design in Zwolle.
Wat haar aansprak was de vrijheid binnen de opleiding. “Je kunt eruit halen wat je wilt. Je wordt heel erg vrijgelaten, maar dat betekent ook dat eigen verantwoordelijkheid centraal staat. Je moet jezelf blijven motiveren en je eigen motortje laten draaien. In het begin is dat best wennen.”
Veel studenten starten met een vast beeld van wat illustratie is. “Je denkt bijvoorbeeld aan kinderboeken of illustraties in een krant. Maar in het eerste jaar word je juist gestimuleerd om die aannames los te laten. Docenten willen dat je opnieuw ontdekt wat illustratie kan zijn.”
Tijdens de studie veranderde haar manier van werken geleidelijk. “Toen ik net begon was ik vooral bezig met mijn techniek. Ik maakte stillevens en tekende dingen na, omdat ik dacht: dit is wat je doet op een kunstacademie. Later ging ik alles veel breder zien. En leerde ik illustratie groter maken dan het plaatje dat je ziet.” Ze begon verschillende technieken te combineren. “In mijn werk gebruik ik bijvoorbeeld druktechnieken, schilderen, tekenen en soms ook ruimtelijk werk.”
Volgens Renske draait de opleiding uiteindelijk om meer dan technische aspecten. “Veel mensen denken dat je naar ArtEZ gaat om beter te leren tekenen. Maar het gaat veel meer om je eigen ontwikkeling. De reis die je maakt tijdens de opleiding is eigenlijk het leukste deel. Je krijgt de tijd en middelen om te ontdekken wie je bent als kunstenaar en als persoon. Je kunt onderzoeken waar je interesses liggen, wat jouw stijl is en wat je met je werk wilt meegeven aan de wereld.”
Feedback speelt daarbij een belangrijke rol. “Je leert van docenten die al in de kunstwereld zitten en natuurlijk van elkaar. Daarbij leer je ook om te verwoorden wat je bedoelt met je werk.” Volgens Renske is dat een belangrijke vaardigheid voor later. “Veel beginnende kunstenaars maken iets en zeggen dan: dit is het. Tijdens de opleiding leer je juist uitleggen waarom je iets maakt en wat je ermee wil zeggen.”



In haar afstudeerjaar werkte Renske aan een scriptie en een eindexpositie over de rol van de kunstenaar en de toeschouwer. “Ik werk vaak met het menselijk lichaam, met organische vormen en kwetsbaarheid. In mijn laatste jaar vroeg ik me af wat er zou gebeuren als je iets fantasievols presenteert alsof het een wetenschappelijke illustratie is. Of als je lichamen vervormt en uitrekt.”
Tijdens haar onderzoek verschoof de focus naar de rol van de toeschouwer. “Waarom willen mensen naar bepaalde dingen kijken? Waarom vinden we sommige beelden interessant, maar voelen we ons er ook ongemakkelijk bij?” Die vragen stelde ze toeschouwers met haar finals werk. “Het was een soort spiegeling: jij kijkt naar het werk, maar je wordt zelf ook bekeken.” Bezoekers liepen door een tentoonstelling geïnspireerd op historische freakshows. Een circus waarin ze naar de werken konden kijken, maar de werken ook terugkeken. Dat zorgde voor verschillende reacties. “Sommige mensen moesten lachen om bepaalde beelden, maar realiseerden zich daarna: waarom lach ik hier eigenlijk om?”
Het eindproject werd voor Renske persoonlijker dan haar eerdere werk. “De afgelopen jaren hield ik mijn werk een beetje op afstand. Mensen reageerden op mijn werk, maar niet op mij. Toen dacht ik: ik ben degene die dit maakt. Wat zegt dat dan over mij? En wat wil ik dat mijn werk over mij vertelt?” Daardoor stelde ze zich als maker kwetsbaarder op. “In het begin speelde ik een soort theater met wie ik was als kunstenaar. Aan het einde van de opleiding merkte ik dat ik juist meer mezelf wil zijn, ook in mijn kunst.” Voor toekomstige studenten heeft ze een belangrijke boodschap: “Je hoeft niet meteen te weten wie je bent als maker. Ik hoop eigenlijk dat studenten daar niet te veel haast mee hebben. Die ontwikkeling stopt namelijk nooit. Ook nu ben ik mezelf nog steeds aan het ontwikkelen en dat is prima.”






