Dit verhaal is eerder verschenen in Metropolis M en is geschreven door: Maarten Buser (kunstcriticus en dichter)

De kast is leeg en de deur staat open. Er komt geluid uit: iemand leest een verhaal voor, op de achtergrond klinkt vertraagde jazzmuziek. Manshee Zheng (student BEAR Fine Art) vertelt: ‘Het is een autofictioneel verhaal, met elementen uit mijn eigen leven, zoals een auto-ongeluk dat ik heb meegemaakt. Maar er zijn ook ervaringen van anderen in verwerkt, waardoor het verhaal desoriënterend werkt. De jazz doet denken aan een film noir of aan een serie als Twin Peaks, met personages die hun weg proberen te vinden.’
De kast maakt deel uit van een grotere installatie getiteld I Have Nothing To Hide. Die bestaat onder meer uit een 3D-geprinte mensfiguur – die hol van binnen blijkt – en een reeks doorzichtige plastic mappen. Die laatste zijn bedrukt met zachte, witte foto-uitsnedes van mensen, gecombineerd met alombekende computericoontjes. Bij het zien van een gestileerd wolkje, weet je dat je bestanden in de cloud zijn opgeslagen.
Zheng legt uit dat ze gefascineerd is door Baudrillards idee van hyperrealiteit: het filosofische concept dat de grens tussen de (fysieke) werkelijkheid en de representaties daarvan steeds meer vervaagt. Dat zie je bijvoorbeeld terug in haar plastic computermappen, die duidelijk geïnspireerd zijn op fysieke archiefmappen. ‘In mijn werk zit veel herhaling; veel loops. Ik wil de toeschouwer het gevoel geven dat de verschillende delen van de installatie als het ware om elkaar heen cirkelen. Daardoor ga je vanzelf ook om je heen kijken, naar andere componenten in de ruimte.’
Ik vraag Zheng of de afbeeldingen op de mappen gevonden materiaal zijn. ‘Ik heb ze zelf gemaakt. Er zit ook een selfie bij. Ik vond het interessant om een foto van mezelf te gebruiken, zeker in deze tijd waarin mensen soms bijna overaanwezig zijn online.’ De foto is echter niet scherp, eerder een soort abstractie. Zo ontstaat er een zekere spanning in de installatie. Zheng is erin aanwezig, maar ze lijkt er ook in op te lossen. ‘Is het niet ironisch dat de constante behoefte aan zichtbaarheid kan leiden tot een soort verdwijning?’, is de vraag die uiteindelijk blijft hangen.