Een jongen uit een internationale schakelklas werkt aan de kunstopdracht van Christa. Wanneer ze hem vraagt wat hij graag zou willen zien, antwoordt hij: ‘Mijn familie’. Voor Christa is dat een moment waarop alles samenkomt. Haar onderzoek, haar werk en haar motivatie om met deze doelgroep te werken. “Dat raakte me, want het bevestigde meteen mijn gevoel: hij is hier alleen.”
Christa Logtenberg studeert aan de master Kunsteducatie van ArtEZ en werkt als kunst- en erfgoededucator bij Paleis Het Loo. Voor haar afstudeeronderzoek onderzoekt ze hoe mensen zonder vanzelfsprekende erfgoedrelatie erfgoed beleven en hoe kunsteducatie kan helpen om een plek als Paleis het Loo toegankelijker en persoonlijker te maken.

Het idee voor haar onderzoek ontstond tijdens gesprekken op haar werk. “Bij Paleis Het Loo zie ik hoe makkelijk veel Nederlanders een museum binnenstappen. Nederlandse bezoekers hebben vaak een soort vanzelfsprekendheid. Die denken: we gaan even in het huis van de koning kijken. Sommige mensen zeggen zelfs: ik betaal belasting, dus het is ook een beetje van mij. Dat vind ik eigenlijk een heel mooi gevoel.”
Maar dat ziet ze lang niet bij iedereen. “Er zijn veel mensen voor wie erfgoed helemaal niet vanzelfsprekend voelt. Alsof zo’n plek niet echt voor hen bedoeld is.” Volgens Christa gaat dat niet alleen over mensen die nieuw zijn in Nederland. “Mensen zonder vanzelfsprekende erfgoedrelatie kunnen heel verschillend zijn. Iedereen ervaart: dit hoort niet echt bij mij.”
Dat herkent ze ook vanuit haar eigen familie. “Mijn moeder verhuisde op jonge leeftijd vanuit Belarus naar Nederland. Ik weet daardoor hoe ingewikkeld Nederland kan zijn om je eigen te maken. Je komt er moeilijk tussen. Die typische gezelligheid is vaak vooral voor onszelf.”
Juist daarom wilde ze onderzoeken hoe een plek als Paleis Het Loo toegankelijker kan voelen voor mensen die hier nog maar net zijn. “Ik gun iedereen dat besef van: dit is ook een beetje van mij.”


Voor haar onderzoek werkte Christa samen met leerlingen van internationale schakelklas De Wereld in Apeldoorn. “In die klas zitten jongeren die net in Nederland zijn en eerst Nederlands leren voordat ze doorstromen naar regulier onderwijs. In één klas zaten leerlingen met totaal verschillende achtergronden en talen. Ik heb mijn opdrachten uiteindelijk in twaalf talen vertaald, maar zelfs dan snapte niet iedereen meteen wat de bedoeling was.” vertelt Christa lachend. “Toen dacht ik: oké, nu moet ik echt gaan vertrouwen op andere manieren van communiceren. Ik geloof al langer dat je niet alleen via taal verbinding maakt. Dus ik wilde onderzoeken: lukt dat ook echt? Kan ik door zintuiglijk en non-verbaal werken duidelijk maken wat ik bedoel?”
“Ik was echt zenuwachtig, maar juist tijdens die ontmoetingen merkte ik waarom ik dit werk graag doe. Er was een jongen die de hele tijd zei: ‘Mevrouw, geen stress.’ Dat vond ik zo mooi. Ik kwam daar binnen met het idee dat ik hen iets moest brengen, maar zij gaven mij net zo goed iets terug.”
Tijdens de workshops vroeg Christa de leerlingen om na te denken over wat zij zouden willen zien, horen of voelen in hun eigen versie van Paleis Het Loo. Daarbij mochten ze ook beelden kiezen die bij hen pasten. Eén jongen koos een afbeelding van een pauw. “Dat vond ik meteen opvallend, want pauwen lopen ook rond bij Paleis Het Loo. Maar voor de jongen betekende de vogel nog iets anders. In zijn cultuur stond de pauw symbool voor zijn volk en zijn afkomst. Tijdens het gesprek vertelde hij ook dat hij zijn familie miste en dat een zus van hem was overleden. “Toen heb ik later voor hem een soort pauw gemaakt met tien veren eromheen. Als symbool voor zijn familie.” Voor Christa zit daar precies de kracht van kunsteducatie in. “Zo’n opdracht begint klein, maar ineens gaat het over identiteit, herinneringen en ergens bij horen.”



“Wat mij fascineert, is hoe snel persoonlijke verhalen naar boven komen zodra mensen iets mogen voelen of maken. Een andere leerling zei bijvoorbeeld dat als het zijn paleis zou zijn, dat hij koffie en rijst wilde proeven. Dat vond ik meteen interessant, want waarom juist die combinatie? Later ontdekte ik tijdens mijn onderzoek dat koffie en rijst verbonden zijn met de koloniale geschiedenis van Nederland en Indonesië. Zo’n jongen zegt één zin en ineens gaat er een hele wereld open. Alles blijkt met elkaar verbonden. Dat is ook precies wat mij aanspreekt in kunsteducatie. Je werkt niet alleen met woorden of kennis, maar met herinneringen, geur, eten, geluid en beelden. Daardoor krijg je andere gesprekken.”
“De master gaf me de ruimte om dit echt te onderzoeken”
Volgens Christa gaf de master haar de ruimte om echt te onderzoeken hoe je erfgoed toegankelijk kunt maken voor mensen die zich daar niet vanzelfsprekend welkom voelen. “In je dagelijkse werk heb je daar vaak te weinig tijd voor. Tijdens de master kon ik veel langer stilstaan bij vragen als: wat gebeurt er als je taal minder centraal zet? Hoe zorg je dat iemand zich gezien voelt? Wanneer voelt een museum afstandelijk en wanneer juist persoonlijk?”
Ze ontdekte daarbij ook steeds beter haar eigen manier van werken. “Inclusief, zintuiglijk en begrijpelijk. Dat zat altijd al in mij, maar de master heeft dat versterkt. Juist de combinatie van praktijk, onderzoek en maatschappelijke thema’s vind ik heel waardevol. Je leert niet alleen nadenken over kunsteducatie, maar ook hoe je daar iets mee kunt betekenen voor mensen. En dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Soms begint het met één simpele vraag, zoals: Wat zou jij willen zien in jouw paleis? Uiteindelijk verschillen we van elkaar, maar we lijken ook veel meer op elkaar dan we denken.”
De master gaf me de ruimte om dit echt te onderzoeken.
Volgens Christa gaf de master haar de ruimte om echt te onderzoeken hoe je erfgoed toegankelijk kunt maken voor mensen die zich daar niet vanzelfsprekend welkom voelen. “In je dagelijkse werk heb je daar vaak te weinig tijd voor. Tijdens de master kon ik veel langer stilstaan bij vragen als: wat gebeurt er als je taal minder centraal zet? Hoe zorg je dat iemand zich gezien voelt? Wanneer voelt een museum afstandelijk en wanneer juist persoonlijk?”
Ze ontdekte daarbij ook steeds beter haar eigen manier van werken. “Inclusief, zintuiglijk en begrijpelijk. Dat zat altijd al in mij, maar de master heeft dat versterkt. Juist de combinatie van praktijk, onderzoek en maatschappelijke thema’s vind ik heel waardevol. Je leert niet alleen nadenken over kunsteducatie, maar ook hoe je daar iets mee kunt betekenen voor mensen. En dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Soms begint het met één simpele vraag, zoals: Wat zou jij willen zien in jouw paleis? Uiteindelijk verschillen we van elkaar, maar we lijken ook veel meer op elkaar dan we denken.”