
Wat is de afstand tussen mensen?
Deze simpele vraag leidde me naar een dieper onderzoek: hoe kan deze afstand ruimte creëren? En hoe beïnvloedt deze afstand de ruimte? De afgelopen twee jaar van mijn masteropleiding heb ik dit onderzocht door middel van zowel theoretisch als praktisch onderzoek. Door middel van een reeks experimenten heb ik verschillende methodologieën ontwikkeld om deze vraag te beantwoorden.
Het begon allemaal met iets heel persoonlijks: mijn dagelijkse rit met de metro. Door observatie realiseerde ik me dat wat leek op simpele menigtebeheersing, mogelijk wel eens ruimte kon creëren. Mijn onderzoek begon met een verkenning van hoe mensen persoonlijke ruimte definiëren en onderhandelen, wat me leidde tot het concept van sociale afstand. Dit onderzoek vormde de basis voor mijn onderzoekspaper: "De invloed van sociale afstand op de ruimtelijke configuratie van de openbare ruimte" – een studie naar hoe sociale afstand de beweging van mensenmassa's beïnvloedt, hoe interventies gedrag sturen en een vergelijking van twee benaderingen: "Eerst architectuur, gedrag volgt" versus "Eerst gedrag, ontwerp past zich aan." In deze context wordt sociale afstand begrepen als een verschuivende grens – voortdurend gevormd door menselijk gedrag, dat op zijn beurt bepaalt hoe ruimte wordt gebruikt en waargenomen.
Mijn afstudeerproject, "Hoe menselijke beweging te gebruiken om ruimtelijke configuratie te creëren", bouwt hierop voort door de theorie te vertalen naar publieke experimenten. Op basis hiervan ontwikkelde ik een eerste theorie: Menigten worden gevormd door eerdere lagen van mensen, die reageren op objecten die in de ruimte worden geplaatst.

Op basis hiervan heb ik objectgebaseerde interventies ontworpen en gecategoriseerd in drie kenmerken: aantrekking, beperking en duwtje, elk gedefinieerd door hun materialiteit en plaatsing. Om te observeren hoe mensen op deze interventies reageren, heb ik een reeks experimenten uitgevoerd in openbare ruimtes, zoals treinstations en universiteitscampussen.
In een tweede aanpak, ontwikkeld tijdens een workshop, gaven deelnemers een "papieren muur" door van de ene persoon naar de andere. Deze gechoreografeerde handeling creëerde een dynamische interactie, een verwevenheid van beweging en object. Hieruit ontdekte ik een nieuwe dimensie: op het moment dat het object van de ene groep naar de andere wordt doorgegeven, wisselen hun rollen. Dit onthulde dat de relatie tussen beweging en ruimte niet vastligt, maar omkeerbaar en vloeiend is. Dit leidde me tot de uiteindelijke conclusie van mijn onderzoek. Wanneer mensen objecten verplaatsen, vormen hun bewegingen, gecombineerd met de objecten, muren of kolommen. Dit drukt ruimtelijke interventie uit in zijn drie kenmerken:
In mijn laatste tentoonstelling presenteer ik het kernconcept: "Menselijke beweging en de dichtheid ervan vormen de architectonische structuur – die zich alleen manifesteert via muren en kolommen." Door te focussen op hoe mensen zich gedragen, bewegen en reageren op ruimtelijke signalen, kunnen we beginnen met ontwerpen, niet vanuit vaste vormen, maar vanuit de beweging zelf.



Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 24 juni 2025
Sta jij op deze pagina? En heb je een opmerking? Mail naar de redactie.