Tijdens je opleiding leer je processen op een andere manier te bekijken en ontwikkel je het vermogen om kritisch en autonoom te denken. Daardoor beschik je over veel mogelijkheden. Deze eigenschappen kun je breed inzetten, bijvoorbeeld door verbindingen te leggen tussen kunst en het bedrijfsleven. Of kunst en politiek. Onze samenleving is gebaat bij de frisse blik van kunstenaars.
Je werk ontwikkelt zich aan gesprekken met docenten en medestudenten, technische vaardigheden en theoretische en filosofische kennis.
Ieder jaar kun je verschillende ArtLabs volgen, waarin je kennismaakt met een werkgebied dat voor de hedendaagse kunst van belang is en in het reguliere curriculum niet altijd aan bod komt. De kennis die je opdoet neem je mee naar je eigen pijler (Painting of All Space & Sculpture) en werk je daar in overleg met je docenten verder uit.
Je volgt vakken op het gebied van kunsttheorie, filosofie, technische vaardigheden, voorbereiding op de beroepspraktijk (denk aan website, portfoliofotografie, projectplan schrijven en administratieve kennis) en vaktheorie (schrijven over het werk, jezelf presenteren, het werk beschouwen en reflecteren in groepsgesprekken).
Maken en denken zijn onlosmakelijk verbonden. In het eerste jaar volg je het vak ThINK en doe je basiskennis van de filosofie op. Vanaf het tweede jaar leg je samen met een theorie- en filosofiedocent een verbinding met je eigen werk. In het derde jaar van de bachelor krijgt dit steeds meer de vorm van een theoretisch onderzoek binnen je eigen werkgebied. Je werkt diverse inhoudelijke thema’s verder uit en analyseert je eigen onderzoeksmethoden. In je vierde jaar schrijf je een eigen afstudeerscriptie.
In de loop van je studie ligt de focus steeds meer op het bepalen van je artistieke positie in de kunst en in de wereld om je heen. We moedigen je daarom aan om deel te nemen aan buitenlandse excursies, tentoonstellingen te bezoeken en gastlezingen van kunstenaars te volgen. In lezingen en clinics bereiden we je voor op je beroepspraktijk.