naar verhaaloverzicht
28 juni 2021

‘Ik droom van mijn eigen muziektheatercollectief’

Met twee klassiek geschoolde musici als ouders - beide spelen in het RFO: Radio Filharmonisch Orkest - kon het bijna niet anders of Annemijn Sluijs ging iets in de muziek doen. Maar eigenzinnig als ze is, koos ze voor een theateropleiding. Om vervolgens op ArtEZ bij Muziektheater terecht te komen. “Nu heb ik the best of both worlds.” 

Annemijn gaat bijna vol haar afstuderen in. Daar is ze nu al mee bezig. “Elke student maakt een final. In december moesten de eerste concepten zijn ingeleverd. Je bent vrij in wat je doet, al heeft de opleiding natuurlijk wel wat kaders gesteld. We worden bijgestaan door onze dramaturg Cécile Brommer en hebben ook al van verschillende docenten feedback gekregen. Dus we zijn al een eindje onderweg.” 

Noord-Korea 

Haar final heet ‘Geste’, gebaar. Het begon al een tijdje terug, toen ze het boek Without You There Is No Us van Kim Suki las. Suki is Zuid-Koreaans en is undercover gegaan als docent in Noord-Korea. Daardoor kreeg zij een blik van binnenuit op de elite van Noord-Korea. “Dat was een mooi en heftig boek. Ik ben me toen gaan verdiepen in de situatie in Noord-Korea en daar ben ik heel erg van geschrokken. Ik kon er zelfs niet van slapen en wist meteen: dit vind ik zo belangrijk, hier moet ik iets mee. Maar om nou als witte Westerse vrouw een voorstelling te maken over Noord-Korea, dat vond ik niet echt verantwoord. De volgende gedachte was om samen met een vluchteling iets te doen. Maar dat is nog veel te gevaarlijk. Dus dat was ook niet echt een optie.” 

Verschillen en overeenkomsten 

“Ik vroeg me af: wat fascineert met nu zo aan dit onderwerp? Ten eerste natuurlijk het mensenleed. Dat raakt me bijzonder. Maar daarnaast vind ik het heel erg dat vrijheid wordt afgepakt. Mijn leven in Nederland is compleet het tegenovergestelde van bijvoorbeeld een dorpsmeisje daar. Ik heb hier zoveel vrijheden waar ik veel waarde aan hecht. Daarom heb ik de levens die wij leiden eens naast elkaar gelegd, en kwam ik eropuit dat Nederland best wel afstevent op een dictatuur terwijl we dat niet doorhebben. Dat komt door de politieke polarisatie die hier plaatsvindt. De kans dat er een burgeroorlog komt is nog niet zo heel erg groot, maar groeit wel. Bovendien vind ik het eng wat er met onze persoonsgegevens gebeurt. Denk bijvoorbeeld aan reclames op YouTube die zijn toegespitst op jouw algoritme.” 

Eigen sekte 

Zo zijn er meer thema’s die Annemijn vergelijkbaar vindt tussen Nederland en Noord-Korea. “Ik dacht: misschien is het beter om te vertellen over de angsten die ik heb dan over een land waar ik nog nooit ben geweest. Ik ben gaan broeden en kwam al snel op het idee van een eigen sekte creëren. Daar heb ik vervolgens veel onderzoek naar gedaan: hoe werkt zo’n sekte precies, hoe zit dat met indoctrinatie, wat voor soorten sektes er zijn, enzovoort.” 

Publiek op het podium 

In haar final gaat ze haar eigen sekte maken, vertelt Annemijn. “Dat betekent dat het een interactieve performance is. We zijn met vier spelers en we nodigen het publiek uit op het podium. Ik heb de stappen van het indoctrineren omgezet naar een muzikale dramaturgie. Zo hoop ik het publiek te verleiden om erbij te komen. Maar ook door het groepsgevoel aan te spreken. Wij mensen zijn toch kuddedieren en we willen graag bij een groep horen, al is het alleen maar voor de veiligheid.” 

Geïnspireerd door Hannibal 

Annemijn doet altijd heel veel voorwerk: boeken, documentaires, interviews, sparren met mensen, enzovoort. “Ik duik er compleet in zodat ik alles weet, en dan ga ik met mijn spelers op de vloer aan het werk. Eerst filosoferen, kletsen, en vervolgens aan de slag.” Een ding weet ze al zeker: muziek is een grote component. “Ik heb me laten inspireren door de serie Hannibal, waarin er continu muziek is – een soort soundscape-achtige atonale laag van geluid die er altijd is. Dat maakt de momenten dat er géén geluid is, of als het juist wel tonaal is zó sterk! Bij mijn stuk komt een continu tikkende klok. Ik hoop dat dat goed gaat werken.” 

Geen applaus 

Een ander bijzonder punt van Annemijns final is het feit dat ze geen applaus in ontvangst gaat nemen. Het publiek heeft dat meestal heel erg nodig om het einde te markeren en om te ontladen, maar dat gaat zij dus niet doen. “Bij deze voorstelling betekent dat concreet dat het publiek zoals gezegd bij ons op het podium aanwezig is en dat de zaal leeg is. Dan draaien we de rollen om en gaan wij als spelers in de zaal zitten applaudisseren, en zodra het publiek de neiging krijgt om ook te applaudisseren, lopen wij weg. De gebruikelijke belofte aan het eind van een voorstelling wordt niet ingelost en het blijft een beetje hangen. Zo doorbreek ik de sociale conventie en hoop ik geëngageerde reacties los te maken.” 

Best of both worlds 

“Ik kom uit een muzikaal gezin. Allebei mijn ouders zijn musici in een orkest, dus ik heb een behoorlijk klassieke opvoeding gehad. Maar ik had zelf ook een hang naar het theater. Dus in eerste instantie volgde ik die lijn: ik meldde me aan bij toneelscholen. Maar omdat ik niet werd aangenomen heb ik me uiteindelijk aangemeld bij het conservatorium in Arnhem.” In de introweek kwam ze een goede vriendin tegen die Muziektheater bleek te doen, en toen viel bij Annemijn ook het kwartje: dat was wat ze al die tijd had gezocht. “Dat was de combinatie van mijn muzikale opvoeding en mijn hang naar theater. De overstap was snel geregeld en sindsdien studeerde ik Muziektheater. Nooit spijt van gehad.” 

Toekomst 

“Ik vind het heel eng om uit de veilige bubbel van school te treden. Met corona is alles nog veel onzekerder geworden en ik merk dat ik daar heel nerveus van word. Maar ik heb wel een helder beeld van wat ik uiteindelijk graag wil, namelijk mijn eigen collectief oprichten. Maar dat gaat niet direct na het afstuderen lukken, natuurlijk. Tot die tijd kijk ik bij andere collectieven en probeer ik samenwerkingen aan te gaan. En ik probeer mijn eigen werk op festivals te krijgen zodat ik ook daar een ingang heb. Hopelijk lukt het me dan om een beetje naam te maken, en kan ik ooit dat eigen collectief starten.”