Jasper Kap

*The original Dutch version of this text has been retained for artistic reasons.
Narbenraum
Ruimte in het reliëf van arbeid
Verlaten steengroeves vormen in Europa een groeiende categorie restlandschappen waarin ecologische verstoring en sociale afstand samenkomen. De Steinbruch Lahntal in Wörgl is hiervan een duidelijk voorbeeld: een uitgesneden landschap dat de stad jarenlang heeft voorzien van bouwmateriaal, maar vandaag functioneert als een zichtbaar maar onbegrepen wond in het dal. Dit project onderzoekt hoe architectuur kan bijdragen aan de ecologische en esthetische kwaliteit van dergelijke winningsgebieden, zodat deze opnieuw betekenisvol worden voor hun omgeving.
Uit het locatiebezoek komt naar voren dat de groeve drie fundamentele ruimtelijke ervaringen bevat: toegankelijkheid, geborgenheid en openheid. Tevens speelt de oorspronkelijke ontginningslogica, de terrassering van het terrein en de materialiteit een bepalende rol in de structuur en richting van het ontwerp.
Het ontwerpvoorstel bestaat uit een sequentie van drie gebouwen: een stal, een kaaskelder en een restaurant. Deze zijn gepositioneerd half in, in en op de berg. Deze opbouw maakt het mogelijk om de gelaagdheid van het industriële landschap te herinterpreteren en opnieuw te verbinden met lokale cultuur en kleinschalige productie. De architectuur reageert daarbij op de bestaande snijlijnen, schaalcontrasten en het microklimaat van de groeve.
De herbestemming van steengroeves niet kan worden begrepen als herstel naar een oorspronkelijke staat, maar als het ontwikkelen van een nieuwe laag die verleden en toekomst met elkaar verbindt. Door de inherente ruimtelijke kwaliteiten van de groeve te activeren, kan architectuur een brug worden tussen het landschap en de menselijke schaal, en zo bijdragen aan duurzame herwaardering van een post-industrieël landschap.




Bij de aankomst bij de stal ontvouwt zich het eerste moment van ontmoeting tussen bezoeker en landschap. De stal ligt half in de berg gegraven, alsof het gebouw in het bestaande reliëf is teruggelegd. De vorm volgt de hoogtelijnen van de groeve, een directe verwijzing naar de manier waarop de groeve zelf ooit is uitgesneden uit het landschap.
In de doorsnede wordt deze relatie helder: het gebouw ligt als een snede tegen de bergwand, waarbij het betonnen onderste deel de massa van de grond verankert en het houten bovenvolume aansluit op het omliggende heuvellandschap. De stal fungeert hiermee als eerste aanraking met de groeve toegankelijk, direct verbonden met de topografie.
Het licht van de middagzon dringt diagonaal de stal binnen via de openingen aan de zuidwestzijde, waardoor de ruimte warm wordt aangesneden en de lineaire opstelling van de koeien ritmisch wordt verlicht. Tegelijkertijd zorgen openingen aan de noordzijde voor constante ventilatie: koel en functioneel. De doorsnede toont hoe luchtstromen en lichtbanen zich door de ruimte bewegen, waardoor de interne atmosfeer nauw samenhangt met de oriëntatie van het gebouw.






De kaaskelder ligt halverwege de wand van de groeve, precies op het punt waar de route zich van de open stal beweegt naar de meer gesloten zone van het terrein. In de visualisatie wordt zichtbaar hoe de kelder in de berg is geplaatst: een ruimte die zich geborgen in het gesteente en de bezoeker een duidelijk gevoel van geborgenheid geeft.
In de doorsnede toont de cilindervorm zich als een verticale ruimte van tien meter hoog, bereikbaar via een smalle toegangsgang. Deze gang vormt het begin van een ruimtelijke transitie die parallel loopt aan de ontwikkeling van het gesteente en de kaas.
Onderaan is de wand nog ruw en rotsachtig, zoals de oorsprong van zowel het materiaal. Naarmate de bezoeker verder de ruimte in beweegt, wordt de textuur geleidelijk fijner en gelijkmatiger, totdat de overgang eindigt in een volledig gladde, in beton gevormde gang richting de uitgang. Deze verfijning van de wandstructuur volgt dezelfde logica als de rijping: van jonge, vochtige kazen onderin naar hardere kazen bovenin.
De luchtstroom beweegt in dezelfde richting als de bezoeker, van onder naar boven, waardoor het microklimaat per hoogte subtiel verandert en de rijping ondersteunt. Meer geventileerde kazen onderin en oudere minder geventileerde kazen met een constantere temperatuur in de wand van de kelder.






Het restaurant ligt op 170m hoogte ten opzichte van entree van de groeve en is daarom op de meest open plek van de groeve. De kolommen hebben dezelfde vormgeving als bij de stal, maar wijzen de schuine liggers van de spanten naar buiten in de plaats van naar de gevel. De kolommen staan los van de gevel om het open effect van de gevel nog meer te benadrukken.
Vanaf deze open plek kan men de groeve in kijken, waarbij de stal en de uitgang van de kaaskelder zichtbaar zijn. Maar het biedt ook uitzicht op de stad, waarin het gewonnen gesteente is verwerkt. Op deze manier wordt het verband tussen groeve en stad duidelijk zichtbaar en voelbaar.


De term Narbenraum is samengesteld uit de Duitse woorden Narbe (litteken) en Raum (ruimte). Het begrip verwijst naar een landschappelijke conditie die ontstaat wanneer een plek door industrie is gevormd en daarna aan de natuur wordt overgelaten. Een groeve kan in die zin worden gezien als een open wond: een uitgesneden ruimte waarin het ingrijpen nog zichtbaar is en waarvoor geen nieuwe betekenis of gebruik is gevonden.
Narbenraum biedt een manier om deze situatie anders te begrijpen. Het beschouwt de groeve niet als een beschadiging die moet verdwijnen, maar als een nieuwe ruimtelijke laag kan ontwikkelen zodra er opnieuw betekenis aan wordt gegeven.
Door de ruimte te activeren met een functie wordt de open wond niet verborgen, maar omgevormd tot een litteken: iets dat het verleden toont, maar onderdeel wordt van een nieuwe laag.

Jasper Kap
This page was last updated on October 12, 2026
Are you featured on this page? Do you have a comment? Please email the content team.